Stil

De man lag al op de grond voordat hij was geraakt. Hij oogde wat simpel, maar misschien was dat de schrik. Boven hem stond een vrouw, haar hand voor haar mond. Andere fietsers wrongen zich om haar heen. Tussen hen door wrong zich de vriend van de man. Stomme vrouw, riep hij, wat doet u nu! Kijk toch uit! Och och! Gaat het Jan? Gaat het? Moet ik de politie bellen? Nog steeds kwamen er fietsers door het groene licht. Iedereen keek, maar niemand zei iets. De man trok Jan overeind en ze verdwenen. De vrouw bleef staan, heel lang nog leek het, op de plek die nu stil was en leeg.