Balzac

Op een bankje op de hoek van de Keizersgracht en de Leliegracht, zaterdagmiddag om een uur of vier, dacht ik: hierover zou je evengoed een Comédie humaine kunnen schrijven, Balzacs wonderweefsel van drieduizend personages in bijna honderd romans, maar dan binnenstebuiten gekeerd, geen uitwaaierend epos maar juist een minutieuze verkenning van een enkele plek en zijn mensen, van het in hun plattegrond verloren Duitse stelletje tot de man in de overall die zich verstapt, van de bijna-botsing tussen de twee fietsers tot de glimlach van dat meisje. Heel het leven leek daar op die hoek te zijn en alles was helder. Niet het kleinste detail ontging me. Over de gracht kwam een politiewagen aanscheuren. Hij stopte vijf meter verderop. Aan de voet van de brug lag een jongen op de grond. Een grote haag mensen stond om hem heen.