Zo min

Op zijn dertigste sterfdag komt op de familie-app een herinnering voorbij aan mijn opa de SRV-man. Koert Kamps die op zaterdagochtenden tegen hem zei: Roelof, doe mij maar een paar flesjes bier want ik voel mij zo min. Eerst ontroert dat prachtige ‘zo min’ me, die gebroken man daar in Hollandscheveld. Maar nu, een paar dagen later in de stad waar niemand zijn buren kent, vooral het feit dat het onthouden is, tientallen jaren lang.

Pieremachochel

De paradijsvogel in z’n pieremachochel speelde een duet met de beiaardier van de Oude Kerk. Ik kende hem wel, hij vaart vaker door de grachten. Maar wat was dit? Nu eens herhaalden ze elkaar, dan varieerden ze op elkaars thema’s. Uniek, dacht ik. Toen hoorde ik een meisje met een Nederlands accent uitleggen: “They do this every now and then.” Ik was inderdaad omringd door toeristen. Toen verloor alles zijn glans.

Bon

De uitbater van de kiosk is een botte lul zoals ze niet vaak meer gemaakt worden. Ik stuur een pakje op en vraag hem om de bon. De prijs staat toch ook op het verzendbewijs, zegt hij. Maar ik wil de kassabon, zeg ik, voor de zoveelste keer, en ik voeg eraan toe: ik snap niet dat ik dat elke weer moet vragen. Ik voel hoe de wereld een slag draait, als ijzervijlsel onder een magneet. Ineens zit er leven en een lach in de ogen van de uitbater, de eerste keer in de zeven jaar dat ik hem ken. Een man achter me lacht zenuwachtig. Waarom is dat toch, vraag ik, waarom moet je altijd je tanden laten zien voor een beetje aardigheid? De uitbater komt achter de kassa vandaan en geeft me een knuffel. Hij fluistert in mijn oor dat hij dat ook niet weet, dat dat nou eenmaal zo werkt.

Groepsapp

Mijn tante heeft me toegevoegd aan de familie-app. Ik vlas meteen op een diplomatieke manier om er weer uit te komen. Die is er natuurlijk niet, mensen vatten het persoonlijk op en het loopt uit op gedoe. De mogelijkheid ‘toevoegen aan groep’ zou niet mogen bestaan, behalve misschien voor families die ermee om weten te gaan, zoals die van S. Als haar vader genoeg heeft van alle ruis, verlaat hij de groep. Daarna volgt er telkens een bericht van een van zijn kinderen: ‘Kan iemand papa weer even toevoegen?’

Gratis

‘Ik wil graag honderd naalden bestellen’, telefoneert de verkoper van de platenzaak. ‘En we hebben de afspraak dat we bij honderd naalden er tien gratis krijgen. Dus honderdtien naalden, waarvan tien gratis.’ Zijn kruidenierstoon benauwt me, en het rook hier al zo naar eten. De man of vrouw aan de andere kant vindt het zo te horen allang goed en informeert naar het precieze type. ‘De 400,’ zegt de verkoper. ‘Philips. En daar dan honderd van, en we hebben dus die afspraak… Ja… Honderd dus. En dan tien gratis. Honderdtien in totaal.’

Abraham

Een Amerikaanse aan de bar vraagt me waarom we zeggen dat iemand Abraham ziet als hij vijftig wordt. De bijbel, denk ik meteen, maar als ik verder graaf wankel ik. Stond Abraham bekend om zijn ouderdom? Ik weet ‘t eigenlijk niet zeker. Mijn onwetendheid verrast me. Maar misschien dat wel het mooiste leren: ontdekken dat je iets dat je dacht te weten, toch niet weet. De Amerikaanse draait zich naar me toe met haar telefoon in haar hand: ‘Oh! It’s a puppet! It’s a big stuffed puppet!’

Ha ha ha

Een meisje van een jaar of vijf stak de weg over. Aan de overkant stond een jongetje van dezelfde leeftijd. Hij hief zijn arm op tot schouderhoogte, stak een priemende vinger uit en begon haar – waarom was onduidelijk – dreinend uit te lachen: ha ha ha ha ha, in dalende toonhoogte, zijn hoofd achterover. Het was niet uit te staan, een cliché van een cliché, schrikwekkend in zijn ondubbelzinnige wreedheid. Iets verdrietiger fietste ik door naar de volwassen wereld, waar het er heel wat subtieler aan toeging.

Achtervolging

Voor het stoplicht botst hij tegen haar achterwiel. Ze draait zich fel om en bijt hem toe: ‘What the fuck!?’ Hij kijkt wat oenig voor zich uit, dus ik neem het voor hem op, dat het maar een ongelukje is. Maar ik heb het niet goed ingeschat, zie ik als we verder fietsen: ze horen bij elkaar en het ongelukje was een manoeuvre in een ingewikkelde, middernachtelijke achtervolging waarbij nu eens zij, dan weer hij de kop neemt. Ze zijn allebei zo zat als een aap en ergens vanavond zijn ze verzeild geraakt in een redeloze, wanhopig stemmende twist. Ze kijken naar elkaar om en dan weer stuurs voor zich uit, soms als de een de ander inhaalt raken hun schouders elkaar even. Om snelheid draait het niet, ze willen niet naar huis, waar ze machteloos tegenover elkaar zullen staan. Het is een krankzinnig natuurgeweld van aantrekken en afstoten en hun zwijgen is bijna een schreeuwen.

Zoon

Zijn moeder heeft een kleine operatie ondergaan en hij komt haar halen. Hij heeft de autosleutels en de macht. Zo komt hij ook binnen, schijnbaar ontspannen, dit doen je even, zeker voor je moeder. Maar zijn ogen priemen en zijn kale rode hoofd lijkt wel een pukkel die uit zijn strakke boord barst. Iedereen heeft hem al door als hij binnenkomt. Hij vraagt hoe lang ze nog moet liggen. Een hálf uur?!, zegt hij, veel te hard, en de enige die ervan schrikt is hijzelf.

Klein avontuur

Toen op de pont naar Amsterdam-Noord mijn telefoon uitviel kon ik alleen nog maar terugvallen op een zeer vaag idee omtrent de locatie van de Frambozenstraat, waar ik een pakje moest bezorgen. Ik verbeet me dat ik me het stratenplan niet wat beter had ingeprent, en het duurde werkelijk lang voordat ik op het idee kwam dat ik het ook gewoon aan de mensen kon vragen. Toen ik dat uiteindelijk deed werd mijn boodschap onverwacht een klein avontuur. Niet alleen leerde ik de onofficiële naam van de wijk, maar ook ontdekte ik hoezeer een gebbetje van vijftig, zestig jaar geleden nog altijd grappig gevonden kan worden, want alle mensen die ik aansprak zeiden het met plezier in hun ogen: ‘Ah, Tuttifruttidorp!’, ook al hadden ze geen idee waar de Frambozenstraat dan precies was.

Hung in translation

Zijn lach bulderde door het lokaal en maakte me klein. Wat had ik fout gedaan? Ik zei alleen maar dat ik een taalknobbel had, en dat ik daarom die cursus Russisch volgde. Had ik onbehoorlijk opgeschept? Tien jaar lang voelde ik op onbestemde momenten soms nog de schaamte. Deze week kwam er eindelijk en onverwacht een einde aan het raadsel. Een comedian op de BBC. Knob is veel meer dan alleen knobbel. Ik heb een taallul!

Aardig

De man was me bij verschillende gelegenheden voorgekomen als een grote hork, dus toen hij ter sprake kwam verbaasde het me niet dat hij volledig ongevraagd door een van zijn ondergeschikten ‘best aardig’ werd genoemd, want dat strookte volledig met mijn hypothese – die ik nog eens wil testen als ik daarvoor voldoende middelen heb – dat niet-aardige mensen veel vaker aardig worden genoemd dan aardige.

Schrappen

Met tijd om handen duik ik weer in de literatuur. Na twee jaar schaven aan een boek vol feiten kan ik niet helpen me af te vragen: als het niet echt is gebeurd, hoe weet je als schrijver dan dat het af is? Natuurlijk, stijl, suspension of disbelief, al dat soort overwegingen. Het bouwwerk moet stáán. Maar hoe weet je of niet nog meer erin moet, of vooral: eruit?

Wo

Door de steeg kwam een eenbenige vrouw aangekrukt. Ze was klein, verschrompeld, haar gebit tandeloos. Ow, zei ze, ow. Geen kreun of klacht, meer een ademtocht. Voor het café boog ze zich over de asbak. Wil je een sigaret, vroeg ik. Ze ze niets terug, richtte zich langzaam weer op. In haar mond stak een vrijwel complete sigaar. Die had daar inderdaad vanaf het begin van de middag gelegen. Ze schuifelde verder. Wo, zei ze nu, zachtjes nog steeds. Wo, wo.

Post

Met een grote tas loop ik de OBA binnen, de centrale bibliotheek in Amsterdam. Ik vraag waar ik post kan bezorgen. De portier gebaart en zegt: achter! Ik vraag waar achter is. Om het gebouw heen! Weer op de fiets, ik vind de achteringang. Daar tref ik de portier, hij komt buurten bij de postkamer. Huh?, zeg ik, en ik overhandig hem een envelop. O, is het er maar één, zegt hij, dan had je die toch aan mij kunnen geven!

Asshole

De wind stak op en ik verhuisde van het terras naar binnen. Door het raam keek ik op de telefoon van een spichtig meisje dat me buiten niet was opgevallen. YOU FUCKING ASSHOLE!!!, schreef ze net. Ik vroeg me af wat je gedaan moet hebben om zoiets op je afgevuurd te krijgen. Misschien lag het ook wel aan haar. DON’T YOU BLAME ME!!!!! Hoe dan ook, ik moest me ernstig inhouden om niet op te staan, m’n hoofd naar buiten te steken en te vragen of het wat zachter kon.

Augurken

Lekker die augurken van Kesbeke, maar ik las laatst dat er sacharose in zit. Dat zei ik tegen een vrouw met kind achter me in de rij. Waarom niet gewoon suiker?, zei ze. Ja, zei ik, puur natuur! Op de terugweg vroeg ik me af of het sacharine had moeten zijn. Alsof ik ook maar iets van scheikunde weet. Thuis zocht ik het op. Sacharine werd in 1879 ontdekt toen een chemicus per ongelijk aan zijn vingers likte na een experiment met koolteer. Sacharose is gewoon suiker. Het was bij nader inzien werkelijk een prachtig gesprek.

Doosje

Er zijn doosjes waaruit een armpje verschijnt als je de schakelaar omhaalt. Het armpje doet de schakelaar uit en het doosje gaat dicht. Ik zou zo’n doosje willen maken. Leren solderen, houtbewerken, de finesses van de hydraulica. Jarenlang daarmee bezig zijn. Een zinloos bestaan. Kunst.

Manoel

Manoel de Oliveira, ik had nog nooit van hem gehoord. In Porto vind ik zijn naam bij een grafhuisje. Cineasta, Pilotto de automovéis e Atleta, honderdzeven jaar oud geworden, of honderdzes. Twee weken later noemt een vriend die ik vijf jaar niet heb gezien hem als we het hebben over de architect Oscar Niemeyer, ook zo oud. Het maakt me niet uit of dat toeval is of niet. Het heeft betekenis, omdat ik dat wil.

Muscles

Bij het Museumplein zag ik een ongeluk gebeuren. Een auto met een Amerikaans kenteken draaide net iets te ver de trambaan op, een tram in volle vaart schampte hem met de schuine kant van zijn neus. Ik stopte bij het open raam van de bijrijder en zag een man en een vrouw. Zij zat verstijfd in haar stoel, hij liet zijn hoofd zakken op het stuur. Gehuil van onzichtbare kinderen achterin. Are you okay?, vroeg ik. De vrouw begon te huilen. Did we do something wrong?, snikte ze. Ik betrapte mezelf erop dat ik iets wilde zeggen dat alles goed zou maken, iets moois en zachts en troostends, iets dat de gebeurtenis in een ander licht zou plaatsen en dat ze zich altijd zouden blijven herinneren. Iemand duwde me zachtjes opzij, een mollige vrouw in een vormeloze roze jas. Ze boog zich door het raampje en zei: GO HOME AND TAKE A HOT SHOWER, IT RELAXES THE MUSCLES!