Achtervolging

Voor het stoplicht botst hij tegen haar achterwiel. Ze draait zich fel om en bijt hem toe: ‘What the fuck!?’ Hij kijkt wat oenig voor zich uit, dus ik neem het voor hem op, dat het maar een ongelukje is. Maar ik heb het niet goed ingeschat, zie ik als we verder fietsen: ze horen bij elkaar en het ongelukje was een manoeuvre in een ingewikkelde, middernachtelijke achtervolging waarbij nu eens zij, dan weer hij de kop neemt. Ze zijn allebei zo zat als een aap en ergens vanavond zijn ze verzeild geraakt in een redeloze, wanhopig stemmende twist. Ze kijken naar elkaar om en dan weer stuurs voor zich uit, soms als de een de ander inhaalt raken hun schouders elkaar even. Om snelheid draait het niet, ze willen niet naar huis, waar ze machteloos tegenover elkaar zullen staan. Het is een krankzinnig natuurgeweld van aantrekken en afstoten en hun zwijgen is bijna een schreeuwen.